Blog

Een beetje kou is gezond

17 februari 2014 | 0 reacties | Reageer

Thuis bij de buis. Lekker warm, zakje chips erbij. Onderuit gezakt naar de olympische spelen kijken. Wat willen we nog meer? Leven anno 2014. Al chips krakend groeit ons buikje, slippen onze vaten dicht. Maar dat zal toch wel meevallen, we merken er nu niks van en wij Nederlanders halen toch maar mooi goud, zilver en brons.

Buiten waait het, is het koud en donker. De zevenslaper is weggekropen in zijn nest in het Limburgse hellingbos. Het is een zachte winter, veldmuizen wagen zich boven de grond op een stoppelveld en doen zich te goed aan een laatste graankorrel. Twee werelden. Eentje binnen, eentje buiten. Nooit eerder was het verschil tussen binnen en buiten zo groot als tegenwoordig. Waar vroeger ramen kierden, de wind door de schoorsteen huilde en het dak kraakte, merken we nu binnen alleen iets van buiten als het ‘sneeuwt’ of als er een storing op de buis is door een bliksemschicht. Het is altijd behaaglijk warm binnen, de gordijnen zijn dicht, zachtjes horen we de CV die alles afregelt op een behaaglijke 22 °C. De volgende dag op kantoor voor het beeldscherm. Net met de auto aangekomen. Onze aangename cocon op wielen met goede verwarming, muziek, nieuws en elektrisch bedienbare raampjes. Voor de meesten van ons is het op kantoor ook aangenaam warm. Soms word je er wat suf van. Maar een venster kan helaas niet open. Centraal wordt voor ons de temperatuur geregeld en daar moeten we het mee doen. Door het getinte glas kan je meeuwen en kraaien zien, dartelend in de harde wind, achter elkaar aanjagend. 

Gemiddeld zitten we 90% van onze tijd binnen. Ook in de winter bevinden we ons dan in onze zogeheten thermoneutrale zone. Dat wil zeggen dat we dan zo efficiënt mogelijk met de energie in ons lichaam omgaan. Geen calorie te veel wordt verstookt om op temperatuur te blijven. Een prima omgeving om veel energie uit de vlaai bij de koffie om te zetten in lichaamsvet. Wordt het een beetje kouder, dan moeten we stoken en gaat het energiegebruik dus omhoog. Als het heel koud is, gaan we rillen, dat kost veel energie, maar is oncomfortabel. Maar we kunnen met ons lichaam ook extra warmte maken zónder te rillen. In het Maastricht UMC+ hebben we uitgebreid onderzocht wat er gebeurt bij milde kou. Het blijkt dat we bij milde kou zonder te rillen ons energiegebruik in rust wel tot zo’n 30% kunnen verhogen. Verder hebben we gezien dat je aan milde kou went en het redelijk comfortabel gaat vinden. Ook hebben we ontdekt welk weefsel een rol speelt daarbij: bruin vet. Dat weefsel is een soort kachel van ons lichaam. Anders dan wit vet slaat het niet alleen vet op maar kan het juist vetten gebruiken om warmte te maken. Met bruin vet kunnen we veel extra warmte produceren zonder rillen. Bovendien blijkt uit dierstudies dat bruin vet ook goed is voor de regeling van onze bloedsuikers en vetten. Gezond voor hart en bloedvaten. Bij gewenning aan de kou neemt ook bruin vet toe.

Deze interessante gegevens hebben geleid tot nieuwe ideeën over onze omgeving, ons binnenklimaat. Zijn we wel goed bezig met temperatuurregelingen die staan afgesteld op een gemiddeld comfort? Is het niet beter om weer wat variatie in die temperatuur aan te brengen, zodat we af en toe ons lichaam moeten laten werken om warm te blijven en wat bruin vet aan te maken? Natuurlijk moeten we blijven letten op ons eetgedrag nu voedsel altijd en overal aanwezig is. En ja, beweging blijft cruciaal voor onze gezondheid. Maar omgevingsfactoren zoals de temperatuur lijken ook relevant voor gezondheid. Daar willen we de komende jaren onderzoek naar doen. Niet alleen in het lab, maar ook thuis, op kantoor en in Mosae Vita. Mosae vita is hiervoor heel geschikt. Gezonde mensen uit Zuid Limburg, patiënten, verplegend personeel, onderzoekers en studenten komen hier bij elkaar in één gebouw. Er is een bewegingslab, een restaurant waar je leert gezond te koken. Er komt een speciale klimaatkamer en in diverse ruimtes kan straks met de temperatuur en licht worden geëxperimenteerd. De setting dus om in de praktijksituatie de effecten van de omgeving op gezondheid en welbevinden te testen. Op gezonde mensen en bij patiënten.

Maar er is nog iets grappigs, waar nog nauwelijks onderzoek naar is gedaan. Zijn we wel gelukkig in onze thermoneutrale zone? Hoe beleven we onze o zo comfortabele omgeving, waarin we ons gewoontegetrouw wentelen. Zit de mens eigenlijk wel zo in elkaar? Het lijkt er op van niet, in ieder geval voor veel van ons. Waar gaan we naar toe met busladingen vol? Naar de bergen om te skiën in de ijzige kou! En we genieten ervan. Natuurlijk genieten we van het skiën zelf, maar we genieten ook van de kou. We vinden het heerlijk om de frisse berglucht te ademen. Meer dan comfortabel. En krijgen we het te koud, dan genieten we van de kachel, liefst een open haard. Daar is het veel warmer dan in ons comfortabele kantoor, maar we genieten nu veel meer dan we ooit deden op kantoor. Pret bevindt zich buiten de comfortzone. De variatie doet er toe. En ’s zomers hetzelfde: bakken op het strand, afkoeling in het water. Heerlijk. Als we daar weer iets van kunnen terugbrengen in huis en op kantoor dan worden we gezond en nog gelukkig ook. Of dat echt zo werkt dat gaan we verder onderzoeken de komende jaren. Als het werkt, dan is het voor de gebouwbeheerders en huiseigenaren ook goed nieuws. Want dat betekent dat de temperaturen in de gebouwen rekening kunnen houden met wat er buiten gebeurt. Dan hoeft de temperatuur niet constant op een niveau te worden afgeregeld, maar kan die meebewegen met de seizoenen en door de dag heen. Daarmee kan veel energie om te stoken en te koelen worden bespaard. Dat scheelt, ook in kosten.

Winterpret voor iedereen!

Wouter van Marken Lichtenbelt

0 reacties

Er zijn nog geen reacties.

Reageren