Gezond leven

Leven zonder angst en stress

Iedereen is wel eens gespannen of bang. Grote en kleine angstjes, kinder-, puber- en grote-mensen-varianten – angst en stress komen op elke leeftijd en in alle soorten en maten voor. Soms delen we met z’n allen dezelfde vrees: COVID-19 leidde wereldwijd tot een pandemie van angst voor dat ongrijpbare, onzichtbare en onvoorspelbare virus. En dat is maar goed ook, want in gevaarlijke tijden is angst onze bondgenoot.

Zonder angst ga je dood. Ook als mensheid hadden we zonder angst niet kunnen overleven. In de prehistorie zorgde het ervoor dat we ons snel uit de voeten maakten als we geconfronteerd werden met een hongerige beer of een dreigend natuurverschijnsel. Tegenwoordig maakt het dat we wegspringen als er een auto op ons afkomt en dat we tijdens een coronacrisis anderen angstvallig op afstand houden. Op die manier beschermen we onszelf. We hebben ook kunnen zien wat er gebeurt als we niet meer zo bang zijn. Toen het aantal coronaslachtoffers na de eerste piek afnam, werden we weer wat moediger, mochten we meer en ‘vergaten’ we soms de regels. Helaas vergat het virus niet wat het moest doen. Het aantal besmettingen nam weer toe. De mens heeft dus een ingebouwd alarmsysteem dat hem in staat stelt adequaat te reageren op gevaar. Oog in oog met iets engs maak je als een bezetene stresshormonen als adrenaline en noradrenaline aan. Die zorgen ervoor dat je onmiddellijk in actie komt met een keuze uit drie mogelijkheden oftewel drie V’s: vechten, vluchten of verstarren. Het is een automatische reactie van je hersenen die je lijf in paraatheid brengt om jezelf in veiligheid te brengen. Je hoeft er niet bij na te denken. Zo ga je bijvoorbeeld echt niet eerst met jezelf overleggen als je je hand aan een pan brandt – je trekt hem onmiddellijk terug.

De drie V’s anno 2020

In de eenentwintigste eeuw reageren we nog net zo primair op griezelige gebeurtenissen als in de prehistorie. Alleen vergeten we dat om te overleven tegenwoordig die reactie meestal niet nodig is. Dat bovendien de vijand vaak niet van buiten maar van binnen komt. Wij zijn steeds meer in ons hoofd gaan leven. Niet de beren maar onze nare gedachten en gevoelens beschouwen we als een gevaar. Daar moet tegen gevochten worden, denkt ons autonome zenuwstelsel. Helaas: voor een feitelijke dreiging van buitenaf helpt dat, maar voor eentje die in ons hoofd zit, werkt het averechts. Je strijdt dan namelijk tegen jezelf. Ook de twee andere V’s hebben een andere betekenis dan vroeger. Letterlijk wegvluchten voor gevaar doen we zelden. Maar we doen wel ons best om enge situaties te voorkomen: we verzinnen uitvluchten om die spannende lezing maar niet te hoeven houden. In plaats van lijfelijk te verstarren bij rottigheid verdoven we onze geest. Met alcohol, drugs, chocola of door eindeloos te gamen en te shoppen.

In de greep van de angst

Onze moderne methodes kunnen best even troost bieden en ons beter laten voelen. Maar het lost niks op. Behalve dat de gevolgen soms erger zijn dan de kwaal (zoals het verlies van banen of sociale contacten) werken ze ook maar heel kort. De ongewenste gevoelens komen weer terug en we moeten opnieuw van alles inzetten om ze de baas te worden. En de daaropvolgende dag weer. En weer. Uiteindelijk kom je op een punt waarop je continu aan het strijden bent. Tevergeefs, want uiteindelijk ga je dat gevecht niet winnen. Het kost je alleen maar enorm veel energie, tijd en frustratie. Je hele leven staat dan in het teken van je strijd tegen de angst, die groter en groter wordt. In zo’n situatie voldoen kortdurende stresshormonen als adrenaline niet meer, maar gaat je systeem cortisol aanmaken; een langduriger stresshormoon. Gevolg is dat je constant alert bent en je hartslag en ademhaling hoog blijven. Als ‘extraatje’ word je vaak ook nog eens bang voor de angst. Angst voor de angst vertegenwoordigt meer dan de helft en soms zelfs tot 80 of 90 procent van de totale angst.

Van een beetje bang tot ernstige Angststoornis 

Soms zoeken mensen de angst zelf op. Als je gaat bungeejumpen ben je ook bang. Maar dat is lekkere stress. Gezonde spanning maakt dat je kunt pieken. Je stijgt even boven jezelf uit en daarna verdwijnt de stress weer uit je systeem. Problematisch wordt het dus pas als de stress niet meer uit je lichaam verdwijnt. Chronische gespannenheid kan ervoor zorgen dat een beetje bang een ernstige angststoornis wordt, met alle vervelende gevolgen van dien. Het overkomt één op de vijf mensen, zowel jong als oud en vrouwen iets vaker dan mannen. Angst voor specifieke dingen, dieren of omstandigheden – zoals een vliegfobie of angst voor spinnen – komt het vaakst voor. Angst en stress horen bij het leven. En als je begrijpt wat de rol is van angst en stress, dan is het ook niet zo moeilijk ermee om te gaan. Maar als je echt een ernstige angststoornis ontwikkelt, als stresshormonen te vaak of te langdurig worden aangemaakt, verhoogt dit de kans op depressie en in zekere zin sloopt het je lichaam. En daarmee kan de angststoornis uiteindelijk bijdragen aan het ontstaan van (chronische) ziekten. Dan wordt het dus tijd om hulp te zoeken. 

Aanmelden nieuwsbrief