Zintuigen, zo werken ze

Proprioceptie (positiezintuig)

Dit is ons positiezintuig. De sensoren van de proprioceptie (vrij vertaald: zelfwaarneming) komen overal in het bewegingsapparaat voor en meten voortdurend de spanning en de stand van onze spieren, pezen en gewrichten. Zo geven ze ons informatie over ons eigen lichaam. Dat is belangrijk voor je motoriek.

Prikkels worden deels via het ruggenmerg verwerkt en automatisch teruggekoppeld naar betrokken spieren. Dat zijn reflexen. De resterende prikkels worden door de hersenen onbewust (je merkt er niks van) en bewust (je ziet wat je arm nu aan het doen is) waargenomen.

Wat kan er misgaan?

Naast proprioceptie is de lichaamsgewaarwording afhankelijk van het evenwicht en het zien. Wanneer een van deze drie uitvalt, kunnen de andere daarvoor enigszins compenseren. Overigens is dat bij volledig verlies van de proprioceptie erg lastig.

Als je niet weet hoe je ledematen bewegen, kun je normale handelingen niet meer uitvoeren. Bij diabetespatiënten bijvoorbeeld kan door een beschadiging van de zenuwvezels in de benen ook de proprioceptie verstoord raken. Op het moment dat de patiënt dan tijdens het douchen zijn ogen sluit om er geen zeep in te krijgen, valt naast het zicht ook de proprioceptie weg en is rechtop blijven staan moeilijk. Ook een tekort aan vitamine B12 of teveel aan vitamine B6 kan leiden tot een (tijdelijk) verminderde proprioceptie.

Verstoorde proprioceptie

FEIT: Iemand die dronken is, heeft tijdelijk een verstoorde proprioceptie: hij kan zijn lichaam niet meer goed besturen. Daarom liet de politie vroeger, voor de ademtest werd ingevoerd, mensen over een rechte lijn lopen of met gesloten ogen de vinger naar de neus brengen om te zien hoe dronken ze waren. Als dat niet goed genoeg lukte, wisten ze genoeg!