Zintuigen, zo werken ze

Voelen (tastzin)

Er zijn vijf manieren waarop we kunnen voelen: aanraking (tastzin), verschil tussen warm en koud (temperatuurzin), trillingen (vibratiezin) en stompe/scherpe waarneming (pijnzin).

Gevoelsprikkels van buiten het lichaam worden via de huid en de slijmvliezen geregistreerd (in 2,5 vierkante cm van je hand bevinden zich 900 pijn-sensoren en 36 hitte-sensoren). De prikkels binnen het lichaam voelen we via spieren, pezen en gewrichten. Al deze prikkels worden omgezet in signalen die via het ruggenmerg naar de hersenen worden geleid.

Wat kan er misgaan?

Gevoelsprikkels moeten vaak een lange reis maken voordat ze de hersenen bereiken. Onderweg kan er dus van alles misgaan. Bij neuropathie bijvoorbeeld, een aandoening waaraan onder anderen mensen met diabetes lijden, worden door aangetaste zenuwcellen de gevoelszintuigen niet meer goed aangestuurd, waardoor patiënten minder of foutief voelen.

Aanrakingsreceptoren

FEIT: Elke vierkante centimeter huid heeft ongeveer 130 aanrakingsreceptoren, onderverdeeld in 5 verschillende types die elk andere sensaties geven: koude, warmte, druk, drukvariatie en pijn. Meestal reageren er meer receptoren tegelijk op een prikkel. Als je bijvoorbeeld het portier van je auto opendoet, registreer je tegelijkertijd dat de kruk koud, hard en glad is. Bovendien voel je de vorm van de kruk.