Dit moet je weten over littekens

We hebben er bijna allemaal wel eentje: een litteken. Een litteken krijg je als je huid beschadigd raakt en na het genezen een blijvend zichtbare afwijking achterlaat. Hoe zorg je er nu voor dat je litteken zo goed en mooi mogelijk geneest? En wat als je litteken niet goed geneest of als je je litteken lelijk vindt? De experts van het littekenspreekuur van het Maastricht UMC+ weten wat je moet doen. 

litteken
Foto iStock

Hoe ontstaan littekens?

Littekens zijn een natuurlijk onderdeel van het genezingsproces van de huid, maar niet elke wond maakt een litteken. Als alleen de opperhuid beschadigd is, bijvoorbeeld bij oppervlakkige schaafwonden, blijven er meestal geen littekens achter. Wanneer ook de dieper liggende lederhuid beschadigd is, herstelt de huid zich met een litteken. Je lichaam maakt dan op die plek extra collageen aan om de schade te herstellen. Als de wond vrij diep, slecht doorbloed of ontstoken is, dan maakt je lichaam nog wat meer collageen aan. Die ‘overdosis’ aan collageen (bindweefsel) wordt uiteindelijk een litteken. Hoe groter en dieper de wond, hoe groter het litteken meestal wordt. 


Ook deze dingen bepalen hoe groot en dik je litteken wordt, weten de littekenexperts van het Maastricht UMC+:  
•    Je leeftijd: raar maar waar, een jonge huid maakt meer littekenweefsel aan dan een oudere huid. Hoe ouder je bent, hoe minder collageen je lichaam naar de wond stuurt. Daardoor geneest de wond langzamer, maar wel mooier.
•    De plek op je lichaam: littekens op beweeglijke en gespierde plekken rekken sneller uit en worden dus wat breder.
•    Je huidskleur: mensen met een gekleurde huid hebben meer risico op een verdikt litteken.
•    Je genen: erfelijke aanleg speelt ook een rol, de één krijgt sneller een litteken dan de ander.
•    Een ontsteking: na een ontsteking in de wond is het risico op een litteken ook groter.

Hoe wordt je litteken zo mooi mogelijk?

Hoe beter je de wond verzorgt, hoe mooier straks het litteken wordt. De experts van het littekenspreekuur van het MUMC+ hebben deze tips:  
•    Houd de wond goed schoon om ontstekingen te voorkomen. Behandel ‘m dus met schone handen en ontsmettingsmiddel.
•    Bescherm de wond tegen zonlicht.
•    Houd de wond vochtig met een simpele wondzalf. Zo voorkom je dat er een korst ontstaat. Krijgt je wond toch een korst? Niet aan krabben!
•    Eet gezond – met veel mineralen, proteïnen en ijzer – zodat de wond van binnenuit goed geneest.
•    Stop met roken! Door roken worden onder meer de kleine bloedvaatjes in de huid afgeknepen en juist een goede doorbloeding is belangrijk bij het genezen van een wond.

Diepere wonden moet je volgens de Maastrichtse littekenexperts meer aandacht geven. Een diepere wond is vaak gehecht. Nadat de hechtingen zijn verwijderd, moet je het litteken nog een half jaartje goed blijven verzorgen. Zodat het litteken zo mooi en soepel mogelijk ‘rijpt’. Zo kun je dat doen: 
•    Gebruik een goede crème om het litteken mee in te smeren. Die zorgt ervoor dat je huid vocht vasthoudt. Dat hoeft geen speciale littekencrème te zijn of een dure crème met vitamine E en A, goudsbloem of rozemarijn. Er is geen bewijs dat die beter werken dan een gewone (vaak goedkopere) vochtinbrengende crème.
•    Plak het litteken eventueel twee keer per dag af met littekenpleisters of littekentape. Het laagje siliconen of polyurethaan in deze pleisters of tape houdt de huid goed vochtig. 
•    Op plekken waar je liever geen pleister plakt – zoals je gezicht – kun je ook doorzichtige siliconengel of siliconenspray gebruiken.

Vraag aan je arts wat bij jou het beste is. 

Wat als je last hebt van je litteken?

Soms kunnen littekens jeuken, prikken of pijn doen. Ook kunnen littekens heel stug zijn en/of trekken aan de huid waardoor je minder goed kunt bewegen. Of ze zien er niet fraai uit. Dan kun je aan je (huis)arts een doorverwijzing vragen naar een littekenspreekuur of littekenexpert. 
Plastisch chirurg prof. dr. Andrzej Piatkowski de Grzymala is lid van het speciale littekenteam van het Maastricht UMC+. ‘We kunnen nog veel verbeteren aan een litteken. Ook zonder nieuwe operatie. Met gels, injecties, druktherapie en massages komen we een heel eind. En soms beslissen we dat een operatie de beste optie is. Soms is een litteken zo stug dat bewegen moeilijk wordt. Door op een slimmere manier te snijden en te hechten – bijvoorbeeld in een Z-patroon – zorgen we voor meer bewegingsvrijheid. En soms is een litteken breed doordat het slecht gehecht of genezen is. Dan halen we een strook huidweefsel weg en sluiten de huid weer netjes.’ 
Daarna kan nog brachytherapie (inwendige bestraling) worden ingezet. Een dermatograaf kan met een medische tatoeage het litteken camoufleren. Ook zijn er fysiotherapeuten die gespecialiseerd zijn in littekenrevalidatie. 

Verminkt voelen door litteken

Vooral als een litteken ontstaat na een ingrijpende behandeling krijgt een patiënt vaak te horen: “wees blij dat je nog leeft, dat litteken hoort er nu eenmaal bij”, weet prof. dr. Piatkowski de Grzymala uit ervaring. ‘Mensen voelen zich dan niet gehoord. Als ze op ons littekenspreekuur komen, zijn ze blij dat er wél geluisterd wordt. En dat er wél iets aan te doen is. We zien veel mensen die lichamelijk en geestelijk onder hun littekens lijden. Die zich echt verminkt voelen. De dankbaarheid is dan groot als aan het einde van het behandeltraject blijkt dat hun litteken mooier, flexibeler en minder pijnlijk is geworden. Daar doen we ’t voor!’

Nederland heeft drie multidisciplinaire littekencentra: in Maastricht, Amsterdam en Rotterdam. Samen onderzoeken de drie littekencentra hoe de littekenzorg in Nederland verder verbeterd kan worden.

Meer over het littekenspreekuur van het Maastricht UMC+

Sluit de enquête
Geef uw mening over de website, of vertel ons hoe wij onze website kunnen verbeteren.
De volgende links voor privacy en servicevoorwaarden behoren tot de reCAPTCHA-plugin van Google.