Gezond leven

ADHD & ADD - wat is het?

Het lijkt wel alsof steeds meer kinderen het label ADHD of ADD opgeplakt krijgen. Maar zijn er echt steeds meer kinderen met ADHD of ADD? En wat zijn ADHD en ADD nu eigenlijk? Hoe ongerust moet je zijn als je kind de diagnose AD(H)D krijgt? En zijn die pillen nu echt zo slecht als veel mensen beweren of juist het beste wat een AD(H)D'er kan overkomen? Dr. Jan Schieveld, kinder- en jeugdpsychiater bij Maastricht UMC+, geeft uitleg en advies.

Welke signalen wijzen op ADHD / ADD?

Wat is AD(H)D?

AD(H)D staat voor Attention Deficit (Hyperactivity) Disorder, een aandachts- en concentratiestoornis. Het is geen opvoedingsfout of karaktertrek, maar een neurobiologische stoornis. Neurowetenschappers gaan ervan uit dat in een AD(H)D-brein de neurotransmitters – de boodschappers die de signalen tussen de hersencellen doorgeven – anders werken dan normaal. Daardoor worden prikkels minder goed gefilterd en werkt de interne rem minder goed. Geen twee AD(H)D'ers zijn hetzelfde, maar wat ze gemeen hebben is dat ze allemaal moeite hebben hun hoofd erbij te houden. Dat AD(H)D erfelijk is, staat vast: geschat wordt dat het voor zo'n 70 tot 80 procent is toe te schrijven aan genen. In de nieuwste terminologie wordt alleen nog maar gesproken van ADHD.

Er worden drie typen onderscheiden:

  • overwegend Hyperactief-Impulsief beeld (het oude ADHD)overwegend
  • onoplettend beeld (het oude ADD)
  • het gecombineerde type.

Twee tot drie keer zoveel jongens als meisjes hebben ADHD, terwijl ADD twee keer zo vaak bij meisjes wordt vastgesteld.

ADHD / ADD: eerste hulp bij opvoeden

AD(H)D brengt de gemoederen al jaren flink in beroering. Waar de discussies het hardst over oplopen is medicijngebruik bij AD(H)D. Volgens critici geven we kinderen veel te makkelijk pillen om simpelweg 'rust in de tent' te krijgen. Ze wijzen daarbij op de verviervoudiging tussen 2003 en 2013 van het aantal kinderen dat medicijnen tegen AD(H)D slikt. Terwijl het percentage AD(H)D'ers onder de zestien jaar in die periode niet is gegroeid: dat schommelt al jaren tussen de drie en vijf procent.

Voor dr. Jan Schieveld, kinder- en jeugdpsychiater bij Maastricht UMC+, zijn die discussies rond AD(H)D niet nieuw. "Ik snap de scepsis ook wel. Het is immers nog steeds een raadsel wat AD(H)D precies is. Duidelijk is wel dat het een neuropsychiatrische aandoening is. Op functionele MRI-scans zien we consistente afwijkingen in de AD(H)D-hersenen, alleen weten we nog niet wat die betekenen."

AD(H)D kun je – net als veel andere psychiatrische aandoeningen – niet met een onwrikbare diagnose en keihard bewijs vaststellen. "Of een kind AD(H)D heeft, wordt bepaald door zijn 'score' op een aantal gedragskenmerken. Bijvoorbeeld: staat hij of zij nooit, zelden, af en toe, vaak of (haast) altijd van tafel op tijdens het eten? Maar hoe vaak is dan vaak? Bovendien kunnen er heel veel andere redenen zijn voor druk gedrag. Zoals stress op school, onrust thuis, een verhuizing."

Hoe wordt AD(H)D behandeld?

Kinderbrein in ontwikkeling

Verder hebben we te maken met een kinderbrein in ontwikkeling, legt kinder- en jeugdpsychiater dr. Jan Schieveld uit. "Een kind is een work in progress. Wat gisteren waar was, hoeft dat morgen niet meer te zijn. Er spelen zoveel factoren mee, die moet je allemaal meenemen in je diagnose. Op basis van observaties van ouders, school en aanvullend neuropsychologisch onderzoek kun je je verhaal rond krijgen, maar helemaal sluitend is het nooit. Dat maakt het moeilijk."

"Omdat de oorzaak van AD(H)D nog niet is vastgesteld, staat de deur open voor allerlei ongefundeerde verklaringen: er komen tegenwoordig veel te veel prikkels op onze kinderen af, de prestatiedruk is groter geworden, kinderen kunnen niet meer buitenspelen, et cetera. Allemaal waar, maar er is niet bewezen dat dat tot AD(H)D leidt. Ik betwijfel het. Dat suiker of kleurstoffen AD(H)D veroorzaken is ook nog nooit bewezen."

" Ook is nooit aangetoond dat het ligt aan de opvoeding, maar omgevingsfactoren kunnen wel een rol spelen. Er is ook veel kletspraat over het effect van behandelingen. Neurofeedback (waarbij men probeert controle te krijgen over de hersengolven door middel van beloning) is bijvoorbeeld onzin. Dat is onlangs nogmaals vastgesteld in een wetenschappelijk onderzoek."

"Mindfullness-training lijkt wel enig effect te hebben. En we weten dat medicatie een enorme verbetering kan betekenen. Helaas hebben wij artsen echter ook geen kant-en-klare antwoorden op de vele vragen rondom AD(H)D. Daarom past ons enige bescheidenheid. Je oordeel als arts is vooral afhankelijk van een zorgvuldige diagnose. En dan bekijk je per kind wat de beste behandeling is."

"Zeker is dat kinderen met AD(H)D zonder goede hulp en behandeling ernstige gedragsontregelingen kunnen krijgen, zoals zeer opstandig en tegendraads gedrag.'

Gaat AD(H)D over?

Van AD(H)D houd je niet altijd je hele leven lang last. Een kind dat nu door AD(H)D ernstig wordt belemmerd, kan daar over tien jaar weinig meer van merken. Dat komt doordat het kinderbrein is doorontwikkeld waardoor hij/zij beter in staat is zijn gedrag te remmen of zich te concentreren. Ook andere omstandigheden kunnen van invloed zijn op de mate waarin AD(H)D problemen oplevert: de behandeling slaat goed aan, er komt een andere leerkracht, thuis verdwijnt de stress, et cetera.

Bij ongeveer dertig procent verdwijnt de aandoening op volwassen leeftijd. Dat wil zeggen: de hyperactiviteit neemt af. Vaak blijven het gebrek aan concentratie en de impulsiviteit wel. En dat zorgt er weer voor dat volwassenen met AD(H)D meer dan anderen te maken krijgen met verslavingen (ter 'behandeling' van hun onrust), problemen met relaties en problemen op het werk.

Overigens is over AD(H)D op volwassen leeftijd nog maar weinig bekend – tot nu toe hebben onderzoeken zich vooral op kinderen gericht.