Aambeien: trammelant aan je onderkant!

We hebben ze allemaal: aambeien. En dat is maar goed ook. Want deze handige kussentjes vlak boven je anus zorgen ervoor dat je ontlasting netjes binnenboord blijft als je een scheet laat. Ze zijn dus super nuttig. Maar ze kunnen helaas ook veel trammelant veroorzaken. Eén op de tien mensen heeft regelmatig last van ze. Darmchirurg – én aambeienexpert – Stéphanie Breukink van Maastricht UMC+ vertelt wat je daaraan kunt doen

1.    Wat zijn aambeien precies?
Stéphanie: ‘Aambeien zijn kleine zwellichaampjes in het onderste deel van je endeldarm. We noemen ze ook wel hemorroïden. Die kussentjes bestaan uit  bloedvaten, bindweefsel en spieren. Als er druk op het aambeienweefsel staat, loopt de aambei vol met bloed. Zodra de druk verdwijnt, slinken ze weer. Als dat vaak gebeurt, rekt het weefsel uit en zakt zo’n zware – met bloed gevulde – aambei naar beneden. Soms tot buiten je anus.’

2.    Wat is het verschil tussen een inwendige en uitwendige aambei?
‘Inwendige aambeien zijn uitgezakte zwellichaampjes. Die horen in je lichaam te zitten, maar zakken soms letterlijk naar buiten. Ook dan heten ze nog steeds inwendige aambeien.’

‘Een uitwendige aambei is geen zwellichaampje maar een uitgerekt adertje in de huidrand van je anus. Soms kan daar een bloedpropje in gaan zitten. Zo’n trombose-aambei ziet eruit als een paars, hard bultje en kan behoorlijk pijnlijk zijn. Zo’n bloedpropje is trouwens niet gevaarlijk. Je lichaam lost dat bloed vanzelf weer op. Maar dat kan wel een paar weken duren. Ze kunnen ook ontstaan na een zware bevalling. Als de bloedpropjes weggetrokken zijn, blijven soms kleine huidflapjes over. Die noemen we skintags of marisken.’

3.    Hoe ontstaan aambeien?
‘Ze ontstaan door druk. Bijvoorbeeld tijdens het poepen of een bevalling. Maar ook als je veel zit of staat. Een bekende boosdoener is: te lang op het toilet blijven zitten. Als je lekker relaxed met een boekje of je telefoon een momentje voor jezelf inlast op het toilet, is de verleiding groot om een kwartier te blijven zitten. Niet doen. Want na vijf minuten beginnen die kussentjes al vol te lopen met bloed. Ook bij een verstopping moet je je poging na een minuut of vijf staken en pas terugkomen als je weer aandrang voelt.’

4.    Wat zijn de klachten bij aambeien?
‘Inwendige aambeien veroorzaken jeuk, lichte pijn, vochtverlies en het gevoel dat er iets naar buiten komt. De aambeien kunnen ook bloeden. Een open wondje in een gebied vol bacteriën kan overigens geen kwaad. Daar kan je anus prima tegen. Het kan wel gevaarlijk worden als het bloed dat bij je ontlasting zit níet afkomstig is van een aambei. Twijfel je? Ga dan langs de huisarts. Zeker als je ouder dan 50 bent, is bloed bij je ontlasting een reden om alert te zijn op darmkanker. Andere alarmsymptomen voor darmkanker zijn: als je poep verandert zonder reden, als je zomaar afvalt of heel moe bent.’

‘Een uitwendige trombose-aambei in de huidrand van je anus herken je meteen: die doet behoorlijk veel pijn.’  

5.    Hoe kom je van je aambeien af? 
‘Gelukkig gaan ze meestal vanzelf weer weg. Maar dat kan best een paar weken duren. In de tussentijd is het belangrijk dat je je leefstijl aanpast. Minder zitten of staan, niet te lang op het toilet blijven zitten en vooral niet persen. De volgende leefstijladviezen helpen als je last van aambeien hebt:

  • Veel bewegen: zo blijft je darm goed in conditie.
  • Veel water drinken: twee liter per dag. Zorg dat je altijd een fles water bij de hand hebt.
  • Veel vezels eten. Koop bijvoorbeeld een zak psyllium-vezels bij de drogist. Wel goed bij blijven drinken, anders raakt je darm juist verstopt.
  • Niet te veel vegen. Al helemaal niet met speciale vochtige doekjes. Schoonmaken met wat water en droog deppen met zacht wc-papier. 
  • Inwendige aambeien kun je ook een handje helpen door ze voorzichtig terug naar binnen te duwen.’

6.    Geen zalfjes smeren dus bij aambeien?
‘Bij inwendige aambeien heb je weinig aan zalfjes en zetpillen. Ze nemen de oorzaak niet weg. Bij een uitwendige trombose-aambei kan zalf wel helpen. Ga naar de huisarts en vraag om een zalf die de aderen open zet. Zo kan je lichaam het harde bloedpropje makkelijker oplossen.’

7.    Wanneer moet je naar de specialist? 
‘Met een uitwendige trombose-aambei zou ik niet te lang rond blijven lopen. Als de zalf van de huisarts niet helpt – of je hebt te veel pijn – vraag dan om een doorverwijzing naar het ziekenhuis. Bij inwendige aambeien ligt het eraan hoeveel last je ervan hebt. Krijg je ze met bovenstaande leefstijladviezen niet binnen een paar weken weg, dan wordt het tijd om je door te laten verwijzen.’

8.    Wat doet de darmchirurg precies?
‘Als een uitwendige trombose-aambei er nog niet zo heel lang zit, zetten we een klein sneetje in de aambei zodat het bloedpropje eruit kan. Zo gepiept, en het wondje geneest vanzelf.’

‘Bij inwendige aambeien beginnen we met elastiekjes. Tijdens het consult op de poli plaatsen we meteen een rubberbandje om de aambeien. Vijf minuten werk. Daar heb je weinig last van. Het overschot aan aambeienweefsel verschrompelt, sterft af en dat poep je samen met de rubberbandjes uit. De aambei zelf blijft daarna meestal netjes op z’n plek zitten dankzij het littekenweefsel dat op die plek ontstaat.’

9.    En wat als de aambeien toch weer uitzakken?
‘Dan kunnen we deze behandeling nog één of twee keer herhalen. Daarna moeten we door naar de volgende stap. Daarbij zetten we de aambeien met een extra lus hechtdraad vast op de plek waar ze horen. Die ingreep doen we op de OK. Als dat ook niet werkt, kunnen we de aambeien helemaal wegsnijden. Dat is echt de laatste stap. Dat doen we liever niet, want dan verliezen ze hun nuttige functie. Gelukkig is dat meestal niet nodig. De meeste patiënten zijn goed geholpen met rubberbandjes.’

10.    Hoe kun je aambeien voorkomen?
‘Door goed op je leefstijl te letten. Je voorkomt druk op je aambeien door: 

  • gezond en gevarieerd te eten, 
  • genoeg te bewegen; zo’n 7.000 stappen per dag is vaak genoeg,
  • voldoende te drinken; een liter of twee per dag, 
  • niet te lang te zitten of te staan,
  • naar het toilet te gaan als je moet: van ophouden wordt je ontlasting hard,
  • niet te lang op het toilet te blijven zitten: maximaal 5 minuten,
  • een krukje onder je voeten te plaatsen tijdens het poepen: zo komt je endeldarm in een gunstigere positie,
  • en vooral door niet te persen bij het poepen: want daar begint de ellende meestal.’

Meer weten over de ingrepen die Stéphanie Breukink omschreef? Lees hier de folder.
 

 

aambei
Foto iStock
Sluit de enquête