Om deze website te kunnen gebruiken dient u Javascript in te schakelen.

Gezond leven

Veelvoorkomende blaasklachten en wat te doen

Blaasproblemen komen vaak voor en zijn erg vervelend. Uroloog prof. dr. Gommert van Koeveringe van het Maastricht UMC+ zet de vier meest voorkomende blaasproblemen op een rij en legt uit wat je eraan kunt doen. Niet voor iedere klacht hoef je meteen naar de huisarts of specialist, maar blijf er niet te lang mee rond lopen, waarschuwt hij.

De vier meest voorkomende blaasklachten zijn een overactieve blaas, steeds terugkerende blaasontsteking, ongewild urineverlies ofwel incontinentie, en moeilijk of niet volledig kunnen uitplassen.

  1. Overactieve blaas: je moet te vaak plassen en voelt te vaak aandrang
    Oorzaken: zijn heel divers. Het kan bijvoorbeeld komen door een urinewegontsteking, doordat je te veel drinkt, een vergrote prostaat, bekkenbodemproblemen of doordat je blaas te snel geprikkeld raakt en te snel reageert. Dat laatste kan aan de blaas zelf liggen, maar kan ook een psychische oorzaak hebben, namelijk dat je op ieder signaal van de blaas reageert. In een klein aantal gevallen kan er sprake zijn van kanker of een poliep in de blaas. Maar dat is heel zeldzaam en gaat meestal gepaard met bloed in de urine. 
    Dit kun je zelf doen: “Soms wennen mensen zich aan om heel snel/vaak naar het toilet te gaan. Daarmee trainen ze als het ware hun blaas om snel een vol-signaal af te geven. Je kunt je dan aanwennen om iets langer te wachten met naar het toilet te gaan. Kijk ook eens naar hoe veel je drinkt. Soms drinken mensen wel 4 liter vocht op een dag, dat is echt te veel. 1,5 à 2 liter is genoeg. Ook te veel cafeïne houdende dranken drinken, zoals koffie, thee of cola, kan zorgen voor een overactieve blaas want cafeïne en theïne stimuleren de blaas. Je kunt daarentegen ook een extra prikkeling van de blaas krijgen als je te weinig drinkt. Hoe geconcentreerder de urine des te sterker de prikkeling van de blaas.”
     
  2. Steeds terugkerende blaasontsteking: komt vaker voor bij vrouwen dan bij mannen en ook wat meer op oudere leeftijd.
    Oorzaak: bacteriën. De ontsteking kun je aantonen met een urinekweek.
    Dit kun je zelf doen: “Drink genoeg, maar niet te veel. Houd je plas niet op en neem altijd rustig de tijd om goed uit te plassen want doe je dat niet dan vormt de achtergebleven urine een goede voedingsbodem voor bacteriën. Neem goede hygiënemaatregelen: ga niet op vervuilde toiletbrillen zitten en veeg bij het afvegen na het plassen van plasbuis naar anus toe af en niet andersom.” Lees meer over blaasontstekingen
     
  3. Incontinentie: komt vaker voor bij vrouwen dan bij mannen.
    Oorzaken: een te actieve blaas of een niet goed functionerende sluitspier. Soms geeft de blaas te vroeg aan dat hij vol is en trekt dan zonder waarschuwing samen met ongewild urineverlies tot gevolg. Er is dan sprake van urge-incontinentie ofwel aandrangsincontinentie. Als de sluitspier niet goed werkt dan verlies je urine bijvoorbeeld als je hoest of niest. Dat heet stressincontinentie. Stress betekent in dit geval dat er te veel druk op de blaas staat. Stressincontinentie komt regelmatig voor na een zware bevalling en hangt ook af van de grootte van het kindje. Het kan wel tot een jaar duren voordat je lichaam van een bevalling is hersteld.
    Dit kun je zelf doen: “Houd niet te lang je plas op, ga op tijd naar het toilet en plas goed uit. Psychische stress heeft ook invloed op de sluitspier, probeer daarom stress te vermijden.”
     
  4. Moeite met plassen en niet volledig kunnen uitplassen:
    Oorzaken: het kan liggen aan de blaas die niet of onvoldoende samentrekt, soms door chronische uitrekking van de blaasspier of door een verkeerde aansturing van de blaas door de zenuwen. Het kan ook komen doordat de bekkenbodemspieren of sluitspier niet voldoende ontspannen, of doordat de urine-uitgang vernauwd is. Dat laatste komt regelmatig voor bij mannen door een vergrote prostaat.
    Dit kun je zelf doen: “Neem de tijd om goed ontspannen te plassen. Soms helpt een andere zithouding op het toilet. Ga bijvoorbeeld hoger of lager zitten en zit altijd goed rechtop bij het plassen. Als man kun je ook kijken wat beter werkt: zittend of staand plassen. Je moet dat wel even volhouden want een andere zithouding werkt niet meteen.”

Je kunt zelf dus een aantal dingen doen om je blaasklachten te verminderen, maar zegt prof. dr. Van Koeveringe, neem contact op met je huisarts als de blaasklachten ondanks deze aanpassingen blijven bestaan. “Heel veel blaasklachten zijn namelijk goed behandelbaar. Er hoeft niet altijd een operatie aan te pas te komen. Sommige klachten zijn goed met medicatie te behandelen. Soms kan het zelfs helpen op een andere manier met de klachten om te gaat door verandering van leefstijl of in sommige gevallen zelfs door behandeling van psychische factoren. Vaak rust er nog een taboe op blaasklachten, zeker op incontinentie, en blijven mensen uit schaamte er mee rondlopen. Dat is zonde.”

Als gedrags- en leefstijlveranderingen niet of onvoldoende helpen, zijn er de volgende behandelingen:

  1. Overactieve blaas: “De behandeling kan regelmatig gebeuren door leefstijlverandering en soms door fysiotherapie. Daarna kan medicatie vaak uitkomst bieden. Daarbij moet vaak worden geprobeerd welk type medicatie voor welk persoon het beste werkt. Als medicatie niet helpt kan er botox in de blaas worden gespoten. Eventueel kan ook neuromodulatie helpen. Daarbij wordt met een soort pacemaker de zenuw van de blaas naar de sluitspier gereguleerd. De overactieve prikkeling wordt zo gedempt. Dezelfde behandeling kan overigens ook worden gebruikt bij een onderactieve blaas.”
     
  2. Steeds terugkerende blaasontsteking: kan vaak worden behandeld door veranderen van leefstijl, drinkpatroon of hygiënemaatregelen. “Een antibioticakuur heeft alleen zin als er echt ziekteverschijnselen zijn zoals koorts, bloed in de plas of veel pijn, en ook alleen als de bacteriën echt te zien zijn in een urinekweek.”
     
  3. Stressincontinentie: bekkenfysiotherapie (op verwijzing van de huisarts) kan helpen. “Daarmee leer je de bekkenbodemspieren aan te sturen en te coördineren. Als bekkenfysiotherapie niet helpt, volgt er een operatie. Dat is een kleine ingreep waarbij een bandje onder de plasbuis wordt geplaatst. Als dat ook niet helpt dan zijn er nog diverse vervolgtherapieën tot zelfs een kunstsluitspier aan toe. Maar dat komt zelden voor.”
     
  4. Niet goed uit kunnen plassen: “Als er echt sprake is van een obstructie en de obstructie komt door een slecht ontspannende bekkenbodemspier dan kunnen deze klachten bij zowel vrouwen als mannen prima behandeld worden met bekkenfysiotherapie. Als de obstructie komt door een vergrote prostaat dan kan in eerste instantie medicatie worden gegeven. Als dat niet helpt dan volgt er bij mannen een prostaatoperatie om de prostaat te verkleinen.”

Ook interessant

Meld je aan voor de Gezond Idee nieuwsbrief

blaasproblemen
Afbeelding iStock
Sluit de enquête